Tijgerbal Tigerball
Down Ball Down Ball
Bal over de koord Ball over the line
Jagerbal (rollend) Hunting ball (rolling)
Bal over het hoofd Ball over the head
Aapje plagen Teasing the monkey
Reddingsbal Saving Ball
Luizenspel The lice
Burchtbal Castle Ball

Tijgerbal

Tigerball

Spelregels:

Alle spelers vormen een kring. Eén speler is de tijger. Hij bevindt zich in het midden van de kring op een afstand van tenminste 1 m van de anderen. Eén van de spelers rolt de bal naar een andere speler zo dat de tijger hem niet kan pakken. Wanneer de tijger de bal pakt mag hij zijn "kooi" verlaten en is degene die de bal rolde de tijger.  Opgepast ! Je mag de bal niet gooien.

The rules:

All players form a circle. One player is the tiger. He is in the middle of the circle in a distance of at least 1 m to the others. One of the players rolls the ball to another player in a way that the tiger can't catch it. If he does, he can leave his "cage" and the other is the tiger. Be careful, it is not allowed to throw the ball.

Down Ball

Down Ball

Terrein en benodigheden:

  • Het speelveld bestaat uit 8 evengrote vierkanten in krijt genummerd van 1 tot 7. Het laatste veld is het koningsveld.

  • een tennisbal

Spelregels:

Het kind in het koningsveld mag beginnen door de tennisbal één maal te laten botsen in zijn veld en daarna in om het even welk ander veld. De speler in dat veld vangt de bal op en doet hetzelfde. Wanneer de bal meer dan éénmaal botst in een veld of wanneer de speler in een veld de bal niet kan opvangen moet hij uit het veld in het negende veld gaan staan en schuift iedereen een plaats op.

Playing field and materials:

  • The playing field is devided into 8 squares numbered from 1 to 7. The last square is called the King square.

  • a Tennis ball

The rules:

The person in the King square gets to serve and he must bounce it in to his square and then inyto someone elses square. They must only have one bounce and if they have more than 1 bounce in their square then they are out and they have to go to the back of the line and everyone moves up a square.

Bal over de koord (7-12 jaar)

Ball over the line (string) (7-12 years)

Terrein en benodigheden:

  • Het speelveld is verdeeld in twee kampen door middel van een hoog gespannen elastiek

  • één of meerdere ballen.

Spelregels:

Twee teams spelen tegen elkaar. Er word(t)(en) één of meerdere ballen naar elkaar geworpen, zo dat het andere team moeilijk kan opvangen. Voor elke opgevangen bal krijgt men een punt. De opvang telt niet als de bal onder het elastiek door ging of eerst de muur raakte.

De groep die het eerst het afgesproken aantal punten vergaart is gewonnen.

Playing field and materials:

  • The pitch is divided into two fields by a highly fastened (flexible) cord.

  • one or more balls

The rules:

Two teams are formed. The pass a ball (or 2,3 balls) over the cord from one side to the other, in such a way that the opponents nearly cannot catch it. But they always try to catch the ball, because they get points for each ball they are able to hold. The catching isn't valid if the ball was under the line or if it touched the walls.

The group wich reaches the agreed number of points first, is the winner.

Jagerbal (rollend) (6-8 jaar)

Hunting ball (rolling) (6-8 years)

Terrein en benodigheden:

  • Het speelveld is een turnzaal of een afgebakend deel van de speelplaats.

  • één bal.

Spelregels:

Eén leerling is de jager. De andere leerlingen zij de konijnen. Iedereen loopt rond. De jager probeert de konijnen met een rollende bal te raken. De konijnen mogen opzij of omhoog springen om de rollende bal te ontwijken. Degene die geraakt is gaat zitten.

Playing field and materials:

  • Gymnasium or schoolyard

  • one ball.

The rules:

One player is the hunter. The other children are the rabbits. All the rabbits run freely over the playing field. The hunter tries to hit the rabbits by rolling the ball. The rabbits are allowed to jump up or to the side to avoid the ball. The players who are hit by the ball have to sit down and stay put.

Bal over het hoofd

The ball over the head

Spelregels:

De groep is verdeeld in twee gelijke groepen die naast elkaar op een rij staan. Elk team heeft een bal. Wanneer het signaal gegeven wordt geeft de eerste speler de bal over zijn hoofd door aan de tweede en zo verder. Wanneer de bal bij de laatste speler komt loopt die naar voor en geeft hij de bal aan de eerste speler en het gaat zo verder tot hij die eerst stond bij het begin van het spel achteraan staat. Wanneer die de bal krijgt loopt hij naar voor en diegene die eerst aankomt is de winnaar.

The rules:

The class is devided into two equal teams. One team is standing next to the other and the players are standing one after the other. Each team has a ball. When the signal is given, the first player passes the ball over his head to the player behind him. This is done untill the ball reaches the last player. He runs with ball to the front of the row and passes the ball over his head to the next player and so on. When the player, who was at the beginning of the game in front of the row, is at the end of the row, he has to run with the ball to the front and the player who gets there first is the winner.

Aapje plagen

Teasing the monkey

Spelregels:

Een spel voor 3 tot 5 kinderen. Twee kinderen werpen de bal naar elkaar. De andere staan ertussen in en proberen de bal te vangen. Lukt één van hen daarin vervangt het het kind dat de bal wierp.

Variatie: in plaats van de bal te gooien kan je hem ook rollen.

The rules:

A game for 3 to 5 children. Two children are throwing the ball at each other. The others are standing between them and try to catch the ball. If one child, out of the middle, catches the ball, it changes its position with the one who threw the ball.

Variation: instead of throwing the ball you can roll it to the left, the right or the middle to mislead the opponent.

Reddingsbal

Saving Ball

Spelregels:

De klas of groep wordt verdeeld in twee gelijke teams. Team A neemt plaats links van het speelveld en team B rechts. Doel van het spel is de spelers van het andere team te raken met de bal ( op zo'n manier dat ze de bal niet kunnen vangen). De spelers die "geraakt" zijn, nemen plaats buiten het speelveld. Wanneer iemand binnen het speelveld de bal kan vangen mag een speler uit zijn team die eerst"geraakt" werd terug meespelen.

Wie wint :het team dat als eerste het andere team uit het veld speelt.

The rules:

The class of group gets divided into two equal teams. Team A takes its position at he left side of the hall or schoolyard, team B at the right. The purpose of this game is to hit the players of the opposite team with the ball ( in a way they aren't able to catch it). The players that have been caught have to leave the team and stand on the side of the line of the own field. If the ball is caught by someone in the field, the player on the side line, who was "shot off" first is allowed to join his team again. 

Who wins: The game is won as soon as the field of the opposite team is emptied.

Luizenspel

The lice

Spelregels:

Minimum 5 spelers, maar hoe meer spelers hoe beter.

Een speler staat aan de rand van het speelveld met een bal. De andere spelers zijn verdeeld over het veld. Bij het begin van het spel hebben al de spelers 5 punten (Luizen). Gedurende het spel kunnen de spelers hun punten verliezen. Hoezo? De speler op de rand van het spel gooit de bal hoog in de lucht en roept een naam van een speler. Deze speler loopt vlug om de bal te kunnen opvangen. De andere spelers lopen weg van de speler. Als de speler de bal opvangt roept hij "STOP" en dit betekent dat de andere spelers moeten blijven staan. De speler met de bal mag nu drie stappen in de richting van de medespelers doen om dan proberen iemand aan te gooien. Lukt dat dan verliest de geraakte speler een "Luis" en neemt hij plaats op de rand van het speelveld om de bal te gooien. Lukt het niet dan verliest de speler die gooide een punt of "Luis" en gooit hij de bal op aan de rand van het speelveld. Wanneer een speler geen luizen meer heeft verlaat hij het spel. De winnaar is de speler die als laatste overblijft.

The rules:

The game is played with a minimum of 5 players. The more players the better.

A player is standing on one side of the playground and holds a ball. The other children are standing in the playground scattered. When the game starts all the players have 5 points (or lice). During the game the players may lose gradually these points. We will explainhow this happens. One player is throwing the ball high up in th air and at the same time he shouts the name of one of the players. This player is running to catch the ball and the others are running to get away from him. When the player manages to catch the ball he shouts loudly "STOP" and this means that all the players must stand still. Then the player with the ball makes 3 steps towards the other players and throws the ball onto anyone of them. The player that is hit by the ball loses one point and takes the ball to throw. If there's noone hit the thrower loses one lice and has to thrwo the ball in the air. When a player is left without points (lice) he leaves thegame and the player that is the last to leave is the winner.

Burchtbal (10 - 12 jaar)

Castle ball (10 - 12 years)

Terrein en benodigdheden:

  • turnzaal of speelplaats

  • plint

  • kegels

  • bal

Spelregels:

De plint is de burcht. Boven op de plint staan 4 kegels. Vier leerlingen in het midden moeten de burcht verdedigen. De andere leerlingen proberen de kegels af te gooien met de bal. Ze mogen elkaar passen geven maar mogen niet dichter dan 6 meter van de burcht komen. De verdedigers proberen te verhinderen dat de kegels van de plint gegooid worden. De aanvallers winnen het spel als alle kegels van de burcht afgegooid zijn. De verdedigers winnen als er na een afgesproken tijd  nog een kegel staat.

Playing field and materials:

  • gymnasium or schoolyard

  • plinth

  • tenpins

  • ball

The rules:

The plinth is the castle. It has four tenpins that are standing on top of it. The four players in the middle are the knights who have to defend the castle. The other players besiege the castle and try to conquer it by throwing with a ball at the tenpins on top of the castle. They are allowed to pass the ball around but they are not allowed to come any closer then approximately 6 meters. The defenders try to block the balls that are thrown at the bowling-pins. The besiegers win the game if all the pins are knocked of the castle and the defenders win if after a certain lenght of time one of the pins is still standing.